Binnen enkele weken treedt het nieuwe Strafwetboek in werking. Op papier is dat een belangrijke modernisering. In de praktijk groeit de onrust bij lokale besturen. Niet omdat ze tegen die hervorming zijn, maar omdat de voorbereiding hapert en de afstemming ontbreekt.
De signalen zijn duidelijk. Burgemeesters, GAS-ambtenaren en administraties stellen zich dezelfde vraag: wat moeten we nu concreet doen richting 8 april? Wachten, aanpassen of ingrijpen? Vandaag krijgt niemand daar een eenduidig antwoord op.
De hervorming is ingrijpend. Strafbepalingen verdwijnen, andere veranderen van vorm en het systeem van straffen wordt volledig hertekend. Dat heeft directe gevolgen voor GAS-reglementen, politiereglementen en lokale handhaving. En net daar wringt het.
Vragen over straffeloosheid en verantwoordelijkheid
Wat vooral opvalt, is de tegenstrijdigheid in de signalen. Federaal wordt gesteld dat er geen probleem is, omdat een overgangsbepaling veel opvangt. Tegelijk waarschuwen steden en gemeenten voor concrete risico’s. Denk aan feiten zoals nachtlawaai of kleinere overlast die plots tussen wal en schip dreigen te vallen.
Als bepaalde feiten niet langer strafbaar zijn én nog niet administratief kunnen worden aangepakt, ontstaat er effectief een gat in de handhaving. Dat risico wordt vandaag reëel genoemd door mensen op het terrein. Dat mogen we niet wegrelativeren.
In de commissie werd dat ook bevestigd door verschillende collega’s. Er is brede bezorgdheid, over meerderheid en oppositie heen. Niet over de intentie van de hervorming, wel over de uitvoering ervan. Dat zegt genoeg.
Lokale besturen mogen dit niet alleen oplossen
De reflex om te zeggen “dit is federale bevoegdheid” klopt juridisch. Maar ze volstaat politiek niet. Lokale besturen worden wel geconfronteerd met de gevolgen. Vandaag dreigt elke gemeente apart juridische adviezen te moeten inwinnen, eigen interpretaties te maken en zelf oplossingen te zoeken. Dat is inefficiënt en onnodig. Zeker voor kleinere gemeenten is dat gewoon niet haalbaar.
Wat nodig is, is duidelijkheid. Eén lijn. Eén uitleg. Geen juridische discussies, maar praktische houvast. Wat moet aangepast worden? Wat niet? Tegen wanneer? Dat moet helder zijn.
De rol van organisaties zoals de VVSG is daarbij cruciaal. Zij staan het dichtst bij de lokale besturen en kunnen die vertaalslag maken. Maar dan moeten ze wel over correcte en afgestemde informatie beschikken.
We zitten op enkele weken van de inwerkingtreding. De federale overheid geeft aan dat de aanpassing van de GAS-wet op tijd zal gebeuren. Dat is positief. Maar tot die duidelijkheid er effectief is, blijft de onzekerheid bestaan. En die onzekerheid werkt verlammend op het terrein.
Voor mij is dit eenvoudig. Lokale besturen hebben recht op rechtszekerheid. Burgers hebben recht op een consequente handhaving. Dat is de basis. De komende maanden zullen moeten uitwijzen hoe werkbaar dit nieuwe kader is in de praktijk. Ik zal dat van dichtbij blijven opvolgen, samen met lokale besturen en partners op het terrein.
Kris – Vlaams Parlementslid