Dorpen verdwijnen niet. Ze veranderen. En net daarom moeten we ze ernstig nemen in het beleid. In de commissie heb ik het debat geopend over hoe we plattelandsbeleid sterker kunnen verankeren, met een concrete insteek vanuit West-Vlaanderen.
De aanleiding is duidelijk. In onze provincie wordt vandaag gewerkt met een eigen plattelandsstrategie voor Zuid-West-Vlaanderen, gebaseerd op de LEADER-methodiek. Die aanpak vertrekt van onderuit. Lokale projecten, gedragen door mensen op het terrein, met aandacht voor innovatie en samenwerking.
West-Vlaanderen als proeftuin
De regio Zuid-West-Vlaanderen valt vandaag buiten de Europese LEADER-criteria. Toch kiest de provincie er bewust voor om met dezelfde methodiek te werken, met eigen middelen. Dat is geen detail. Dat is een bewuste keuze om dorpen niet los te laten omdat ze net buiten een kader vallen.
Minister Hilde Crevits bevestigde dat dit een interessant proefproject is. De aanpak kan inspirerend zijn voor andere regio’s en sluit aan bij een bredere evolutie binnen Europa, waar men die bottom-upmethodiek verder wil uitrollen.
We staan dus niet alleen. Maar we moeten het wel zelf doen.
Van visie naar uitvoering
Wat opvalt in het West-Vlaamse model, is de nadruk op visie. Eerst nadenken over de toekomst van een dorp. Daarna investeren. Dat lijkt evident, maar het gebeurt te weinig. Het nieuwe dorpenreglement zet daar expliciet op in. Projecten worden gekoppeld aan een duidelijke visie op het dorp. Dat zorgt voor samenhang en vermijdt versnippering.
Die aanpak sluit ook aan bij de Vlaamse oproep rond dorpshuizen, die recent werd afgesloten. De resultaten daarvan worden in mei verwacht. Daar zal blijken hoe sterk die lijn wordt doorgetrokken.
Dorpen zijn meer dan landbouw
Het debat dat we voeren, gaat breder dan landbouw. Platteland raakt aan mobiliteit, aan sociale cohesie, aan economie en zijn nauw verbonden met nabijgelegen steden. De klassieke scheiding tussen stad en dorp werkt steeds minder. Mensen wonen in een dorp, werken in een stad en leven ergens tussenin. Beleidsmatig moeten we die realiteit volgen.
Het is dan ook logisch dat dit debat niet beperkt blijft tot één commissie. Plattelandsbeleid hoort thuis in het breder kader van binnenlands bestuur en stedenbeleid.
We staan nog aan het begin. De West-Vlaamse aanpak loopt sinds 2025. De eerste evaluaties moeten nog komen. Maar de richting is duidelijk. We moeten deze ervaringen meenemen in het bredere Vlaamse beleid. Niet kopiëren, wel vertalen. Wat werkt, versterken. Wat ontbreekt, aanvullen.
Sterke en leefbare dorpen zijn onlosmakelijk verbonden met Vlaanderen. We moeten daar de nodige aandacht aan besteden.
Kris – Vlaams Parlementslid