Vanaf 2028 werkt de Europese Unie met een nieuw financieel kader voor zeven jaar. De manier waarop die fondsen verdeeld worden, verandert grondig. Niet langer aparte subsidies per thema, maar één groot nationaal plan per lidstaat. Dat klinkt eenvoudiger. Maar voor steden dreigt er zo middelen te verdwijnen.
Steden vallen tussen de plooien
In het huidige systeem is er een rechtstreekse band tussen Europese fondsen en steden. Die band verdwijnt bij het nieuwe voorstel. Steden worden voortaan meegenomen in een breder regionaal verhaal, zonder eigen gewaarborgde middelen.
Dat is een probleem. Want het zijn steden waar de grote uitdagingen van vandaag concreet worden aangepakt: nieuwe jobs na een fabriekssluting, betaalbare woningen, fietspaden, digitale omscholing. Steden doen de uitvoering. Als ze geen eigen financiering krijgen, hebben ze ook geen zekerheid over de middelen om dat te doen.
Samen optrekken
Samen met twintig andere Belgische burgemeesters werk ik vanuit een taskforce aan een gezamenlijk standpunt. We trekken op met Vlaamse en Waalse collega's en staan in contact met de federale premier. De boodschap die we verdedigen is eenvoudig: steden verdienen een gewaarborgde plek in het nieuwe Europese plan, met eigen middelen die niet wegvloeien naar andere prioriteiten.
Mei en juni zijn daarvoor cruciale maanden. Wij vragen drie concrete dingen. De Europese middelen voor steden mogen niet dalen ten opzichte van vandaag. Een stedelijk hoofdstuk in het nationale plan moet verplicht zijn, geen vrijblijvende optie. En minstens 8 procent van de totale enveloppe moet geoormerkt zijn voor stedenbeleid.
Dat zijn geen hoge eisen. Het is het minimum als je de uitdagingen van steden ernstig neemt.
Vlaanderen heeft er ook belang bij
Minister-president Diependaele verdedigde in het Vlaams Parlement terecht dat Vlaamse middelen gekoppeld moeten blijven aan Vlaamse bevoegdheden. Vlaanderen mag geen subsidies verliezen omdat ergens anders een hervorming vastloopt. Dat standpunt steunen we.
Maar dat argument geldt ook voor steden. Als middelen horen te stromen naar het niveau dat de bevoegdheid en de uitvoeringskracht heeft, dan horen steden daar structureel in thuis. Als volwaardige partner aan tafel.
Kris Declercq, Vlaams Parlementslid