Negen West-Vlaamse steden en gemeenten krijgen van de Vlaamse regering financiële steun om gewelddadige radicalisering en schadelijke polarisatie harder aan te pakken. Het gaat om Brugge, Kortrijk, Menen (samen met Ledegem en Wevelgem), Oostende en Roeselare (samen met Hooglede en Izegem). Elk samenwerkingsverband krijgt 50.000 euro. In totaal investeert minister Crevits 2,4 miljoen euro in 49 lokale besturen over heel Vlaanderen.
Als Vlaams Parlementslid volg ik dit dossier van dichtbij op. Radicalisering en polarisatie vragen om een gecoördineerde aanpak die verder gaat dan één gemeente. De selectie van negen West-Vlaamse besturen toont aan dat de nood aan structurele ondersteuning in onze provincie reëel is. Dit geld maakt het verschil tussen een ad-hoc-reactie en een aanpak die je ook vol kunt houden.
Hoe het werkt in de praktijk
Roeselare bouwde de voorbije jaren een aanpak op die nu als model kan dienen. Die rust op vier pijlers. Eerst en vooral snellere signaaldetectie: er is één aanspreekpunt voor radicalisering en lokale ontwikkelingen worden systematisch opgevolgd. Wie al geradicaliseerd is, krijgt begeleiding via trajecten op maat, met experten die aansluiten wanneer dat nodig is.
Het grootste werk zit in preventie. Roeselare investeert in scholen, jongeren en verenigingen via vormingen, workshops en een aanbod voor het secundair onderwijs rond polarisatie, haatspraak en desinformatie. Jongeren leren andere culturen kennen, gaan in debat en worden toegeleid naar zinvolle vrijetijdsbesteding of projecten zoals de boksacademie. Dat zijn geen symbolische acties. Dat zijn investeringen in beschermende factoren die radicalisering tegengaan vóór het te laat is.
Structuur als fundament
De aanpak werkt omdat er een stevige overlegstructuur onder zit. Via de LIVC-R-tafels komen politie, onderwijs en welzijnsactoren samen om signalen en dossiers gestructureerd op te volgen. Die samenwerking over sectoren heen is precies wat lokale besturen nodig hebben, maar wat ze zonder middelen niet kunnen uitbouwen.
De andere West-Vlaamse steden die nu instappen, kunnen voortbouwen op dit soort ervaringen. Brugge, Kortrijk, Oostende en Menen hebben elk hun eigen context, maar de basislogica is dezelfde: vroeg detecteren, gericht begeleiden, structureel samenwerken.
Dit Vlaamse geld is een goede stap. De volgende is ervoor zorgen dat lokale besturen die aanpak ook kunnen integreren in hun bredere veiligheids- en welzijnswerking, en dat de kennis die ze opbouwen niet verdwijnt als projectfinanciering stopt.
Kris Declercq, Vlaams Parlementslid